03-01-2013

Iedereen een sportief en vooral gezond 2013 toegewenst.

Seizoen 2012 Evalueren  (Deel 2) vervolg van deel 1 dd. 08-10-12

In de winter van 2011/2012 is besloten om de afdeling waar de doffers gehuisvest waren om te ruilen met de afdeling van de jongen, dat dit een goede wissel bleek was terug te zien in de prestaties, zowel de doffers als de jongen hebben afgelopen jaar beter gepresteerd tov. vorige jaren. Het duivinnenhok is ongewijzigd gebleven en de dames deden het zoals ieder jaar prima.
De oude duiven trainden ook dit jaar prima, doffers doen iets onder tov. de dames, de duivinnen trainden geweldig. (hieronder uitgelegd in deel 1).
Voor de vluchten zijn ze 3 x gelapt tot max. 20 km, tussen de vluchten in niet weer.
Op medisch vlak wordt al jaren hetzelfde schema aangehouden zoals elders op de site staat aangegeven. In het kort, voor de vluchten wordt alles “schoongemaakt” en tijdens het spel blijven opletten en zo weinig mogelijk kuren. In het seizoen krijgen de oude duiven nog 1 x een geelkuur en 1x een ornikuur, hier is geen vaste datum voor, dit wordt op gevoel gedaan en dat hangt af van de prestaties en andere zaken, zoals trainen, alertheid van de duiven etc. Dat zie je of je ziet het niet. Wat orni betreft, als er twijfels zijn gebruiken we weleens een flesje oogdruppels (hé het flesje) dit is een doorzichtige of gekleurde vloeistof die het oog ontsmet, maar belangrijker nog, deze geeft aan hoe het gesteld is met oa. de traanbuis. Als de druppel binnen 1-2 sec. verdwijnt is het prima, blijft de druppel op het oog liggen dan mankeert er iets aan de luchtwegen. (althans dat hebben we ons zelf maar wijsgemaakt). Het is een hulpmiddel, niks meer en niks minder, de duiven vliegen er geen kilometer harder om (was het maar waar). Ik moet erbij vermelden dat het zelden voorkomt dat de druppel niet binnen een paar tellen weg is.
Waar het vooral om gaat dat zijn goede duiven! En die zijn er niet zoveel, dan zijn er een aantal bruikbare duiven en heel veel slechte, daarom is selectie (zie eerder stukje over selectie) uitermate belangrijk.
Maar dan de conclusie:
We kunnen vaststellen dat we de duivensport beoefenen zoals we dit al jaren doen succesvol is,
de schema’s voor jong en oud zoals elders op de site kunnen handhaven.
Met de jonge duiven voor de vluchten iets alerter zijn en geen 3, 4 ronden bij elkaar (bij heel veel liefhebbers is dit geen probleem maar we denken dat het bij ons niet werkt, ook ivm. de roofvogels).
De wissel van de afdelingen goed heeft uitgepakt.
Niet aan bod gekomen in bovenstaand verhaal is het inspelen op het weer (kou etc.). Een koud voorjaar gehad, duiven presteerden niet goed genoeg, we hebben daardoor het hok aangepast en de duiven begonnen weer te presteren door gelijk 2x de 1e 4 prijzen in de cc te pakken.
Medisch verhaal nog altijd bijzaak, maar wel opletten en dingen zien. Dat alles valt en staat met goede duiven is dus logisch.
Kijken naar de zwakke punten en die proberen te verbeteren, in ons geval andere duiven gehaald die zich hopelijk beter manifesteren op de korte snelle vluchten.
Bovenstaand punt is een belangrijk punt voor iedereen, kijk eerst naar je eigen hok, duiven, manier van duiven houden, probeer te ontdekken waar het beter kan en geef niet af op collega duivenliefhebbers (die hebben waarschijnlijk ook veel tijd, energie en geld gestoken in verbeteringen), ligging, wind en andere zaken.
En hoe krijg je goede duiven ? en wat zijn goede duiven ?en hoe selecteren ? daarover (over selecteren hebben we al eea uitgelegd in eerdere stukken) later meer.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.