29-03-2016

Afgelopen weekend was de eerste Quiévrain dit seizoen in België al weer, een massale lossing zoals altijd en dan is het dus ook reëel om de verschillende spelverbonden met elkaar te vergelijken. Er stond een straffe zuidwester en in Nederland gaan we dan naar het noorden kijken om alle duiven te verwelkomen die massaal door zijn gevlogen. Hoe anders is dat bij deze Vitesse mannen. Bij Gebr van den Brande (Berlaar) in het Diamantverbond viel de eerste duif met een snelheid van 2170 mm. In het Tienverbond wat een overvlucht heeft van een 13-17 km zouden ze dus sneller moeten zijn, niet dus. Zelf ben ik van mening dat het Diamantverbond het sterkte samenspel is van België (wellicht wordt nergens op de vitesse beter gespeeld) en dat ze dan met harde wind mee ook nog op de kortere afstand vroeg weten te pakken is heel bijzonder. Om aan te geven hoe er in het Diamantverbond gespeeld wordt even een voorbeeld. Bij de oude duiven zijn de punten verdient als bijv. Stickers-Donckers nog geen duif heeft gezien, zouden ze dus daar inkorven dan waren ze de eerste vlucht er gelijk onderdoor. Leo Heremans deed het iets beter, toen hij bij de jaarlingen zijn eerste duif kreeg waren er in het diamantverbond nog 12 ! prijsduiven over, de restjes dus. Stickers-Donckers en Leo Heremans kennen we allemaal, Gebr van den Brande nog niet, duivensport zit soms vreemd in elkaar. Jos Cools (die met de Blauwe Leo’s) bleef overeind met 4 vroege duiven van de 4 gezette, jammer dat hij wel 2 plaatsgenoten voor moest laten gaan en dat zijn jaarlingen die hem Nat. kampioen maakten hem in de steek lieten, je kunt niet alles hebben tenslotte. Last but not least werd Gert Heylen overwinnaar bij de Netekant, het is dat Gebr van den Brande duiven van hem heeft en wij dus nu ook, anders hadden er ook al duiven van Gert Heylen in Noord Nederland gezeten.

Dan nu eigen hok, de duiven zijn nu redelijk los gevlogen, uiteraard met de nodige verliezen. De duivinnen trainen nu al naar behoren en liggen volgens ons redelijk op schema. De doffers gaat een stuk stroperiger, ze moesten de jongen alleen groot brengen en met het uitwennen stonden ze dus nog tot aan de ring in het voer. Niet ideaal, maar ze moeten er nu toch nodig uit. Van Carl van den Brande vernam ik dat zij hun weduwnaars voor de vluchten ook niet verder hadden opgeleerd tot 14 km. Dus daar hoeven we het niet in te zoeken, maar de nodige trainingsarbeid om de deur is zeer gewenst.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.